Home

REDI 4de leerjaar Nederlands

Taalsignaal 4de lj.

A. Schrijven

  1. werkwoorden: de noemvorm schrijven
  2. werkwoorden: de noemvorm schrijven
  3. hoorwoord of regelwoord? 
  4. hoorwoord of regelwoord? 
  5. hoorwoord of regelwoord? 
  6. aa of a / ee of e in werkwoorden 
  7. aa of a / ee of e in andere woorden 
  8. Werkwoordvormen oefenen

    B. Tegenwoordige tijd

  1. alleen de stam gemengde reeks
  2. tegenwoordige tijd , alleen de stam + t gemengde reeks
  3. tegenwoordige tijd, eenvoudige zinnen met worden en vinden gemengde reeks
  4. gemengde reeks
  5. gemengde reeks
  6. gemengde reeks
  7. tegenwoordige tijd, gemengde reeks
  8. tegenwoordige tijd stam ik-vorm
  9. tegenwoordige tijd stam+ t
  10. tegenwoordige tijd worden - vinden
  11. tegenwoordige tijd stam (+t)
  12. tegenwoordige tijd stam (+t)
  13. tegenwoordige tijd stam (+t)
  14. tegenwoordige tijd+ inversie met je
  15. class="style30">tegenwoordige tijdd, t of dt
  16. tegenwoordige tijd gemengde reeks
  17. tegenwoordige tijd gemengdereeks
  18. tegenwoordige tijd gemengde reeks
  19. tegenwoordige tijd gemengde reeks
  20. tegenwoordige tijd gemengdereeks
  21. tegenwoordige tijd gemengde reeks
  22. tegenwoordige tijd, gemengde reeks
  23. tegenwoordige tijd, gemengde reeks
  24. tegenwoordige tijd, gemengde reeks
  25. tegenwoordige tijd, gemengde reeks
  26. tegenwoordige tijd, gemengde reeks
  27. tegenwoordige tijd, gemengde reeks
  28. tegenwoordige tijd, gemengde reeks
  29. tegenwoordige tijd, gemengde reeks
  30. tegenwoordige tijd, gemengde reeks
  31. tegenwoordige tijd, gemengde reeks
  32. tegenwoordige tijd, gemengde reeks
  33. tegenwoordige tijd, gemengde reeks
  34. tegenwoordige tijd, gemengde reeks
  35. tegenwoordige tijd, gemengde reeks
  36. tegenwoordige tijd gemengdereeks
  37. tegenwoordige tijdgemengde reeks
  38. C. Verleden tijd

    1. verleden tijd, alleen werkwoorden met klankverandering (sterke werkwoorden) gemengde reeks
    2. verleden tijd, alleen werkwoorden met klankverandering (sterke werkwoorden) gemengde reeks
    3. verleden tijdstam + te(n)gemengde reeks
    4. verleden tijdstam + de (n)gemengde reeks
    5. verleden tijd, gemengde reeks
    6. verleden tijd, gemengde reeks
    7. verleden tijdgemengde reeks
    8. verleden tijd, stam + te of de reeks
    9. verleden tijd, stam + te of de reeks
    10. verleden tijd, gemengde reeks
    11. verleden tijd gemengde reeks
    12. verleden tijd gemengde reeks
    13. verleden tijd gemengde reeks
    14. verleden tijd gemengde reeks
    15. verleden tijd gemengde reeks
    16. verleden tijd gemengde reeks
    17. verleden tijd gemengde reeks
    18. verleden tijd gemengde reeks
    19. verleden tijd gemengde reeks
    20. verleden tijd gemengde reeks
    21. verleden tijd gemengde reeks
    22. verleden tijd gemengde reeks
    23. verleden tijd gemengde reeks
    24. verleden tijd gemengde reeks
    25. verleden tijd gemengde reeks
    26. verleden tijd sterke ww reeks
    27. verleden tijd gemengde reeks
    28. verleden tijd gemengde reeks
    29. verleden tijd gemengde reeks
    30. verleden tijd gemengde reeks
    31. verleden tijd gemengde reeks
    32. D. Diverse taaloefeningen

      1. enkel-dubbel
      2. enkel-dubbel
      3. enkel-dubbel
      4. enkel-dubbel
      5. enkel-dubbel
      6. enkel-dubbel
      7. persoonsvormen
      8. persoonsvormen
      9. persoonsvormen
      10. persoonsvormen
      11. onderwerp en persoonsvorm
      12. onderwerp en persoonsvorm
      13. het onderwerp
      14. het onderwerp
      15. alfabetisch rangschikken
      16. alfabetisch rangschikken
      17. alfabetisch rangschikken
      18. alfabetisch rangschikken
      19. alfabetisch rangschikken
      20. alfabetisch rangschikken
      21. zelfstandige naamwoorden
      22. zelfstandige naamwoorden
      23. zelfstandige naamwoorden
      24. verwijswoorden
      25. verwijswoorden
      26. samenstellingen
      27. ch of g
      28. woorden met -ig, -ige, -lijk, -lijke
      29. de noemvorm
      30. Reclame... in allerlei vormen!
      31. werkwoorden (d of dt)
      32. alfabetisch rangschikken