Home

REDI 5de leerjaar Nederlands

Taalsignaal

A. Schrijven

  1. thema 1: werkwoorden
  2. thema 2: woorden uit dit thema oefenen
  3. thema 2: woorden aanvullen
  4. thema 2: grondwoorden aanpassen
  5. thema 2: i of ie (1)
  6. thema 2: i of ie (2)
  7. thema 2  : woordjes
  8. thema 2 : woorden aanvullen
  9. thema 3: woorden uit dit thema oefenen
  10. thema 3 : woorden (2)
  11. thema 3: woorden op -heid en -teit (1)
  12. thema 3 : woorden op heid of teit (2)
  13. thema 3: woorden op -isch (1)
  14. thema 3 : woorden op -isch (2)
  15. thema 4: meervoud dierennamen
  16. thema 4: meervouden
  17. thema 4: weglatingsteken
  18. thema 6: woorden uit dit thema oefenen
  19. thema 6: weglatingsteken
  20. thema 6: meervouden
  21. thema 6: ie-woorden oefenen
  22. thema 6: ei-woorden oefenen
  23. thema 7 : V.T. of T.T.
  24. thema 7 : werkwoorden t.t.
  25. thema 7: werkwoorden in tt of vt
  26. thema 9: werkwoorden in tt of vt
  27. thema 10: woorden op -ct
  28. thema 10: woorden met c of k
  29. thema 11: com-woorden
  30. thema 11: leenwoorden uit het Frans
  31. thema 12: woorden met c of s
  32. thema 12: woorden met een deelteken
  33. thema 12: werkwoorden in de tt
  34. thema 12: persoonsvorm in de tt
  35. thema 14: meervouden met deelteken
  36. thema 14: woorden met th-
  37. thema 14: leenwoorden uit het Engels
  38. thema 15: afkortingen

B. Taalbeschouwing

 

  1. thema 1: onderwerp en gezegde
  2. thema 1: onderwerp
  3. thema 1: uitdrukkingen
  4. thema 2: grondwoorden
  5. thema 11: naamwoordelijk gezegde
  6. thema 11: onderwerp
  7. thema 11: werkwoorden zoeken(1)
  8. thema 11: werkwoorden zoeken(2)
  9. thema 12: gezegde
  10. thema 12: zinnen
  11. thema 15: zelfstandige naamwoorden
  12. thema 16: onderwerp en gezegde
  13. thema 16: vrouwelijke woorden
  14. thema 17: naamw. en werkw. gezegde

Werkwoordvormen oefenen

C. Tegenwoordige tijd

  1. alleen de stam gemengde reeks
  2. tegenwoordige tijd , alleen de stam + t  gemengde reeks
  3. tegenwoordige tijd, eenvoudige zinnen met worden en vinden gemengde reeks
  4. gemengde reeks
  5. gemengde reeks
  6. gemengde reeks
  7. tegenwoordige tijd, gemengde reeks
  8. tegenwoordige tijd, gemengde reeks
  9. tegenwoordige tijd, gemengde reeks
  10. tegenwoordige tijd, gemengde reeks
  11. tegenwoordige tijd, gemengde reeks
  12. tegenwoordige tijd, gemengde reeks
  13. tegenwoordige tijd, gemengde reeks
  14. tegenwoordige tijd, gemengde reeks
  15. tegenwoordige tijd, gemengde reeks
  16. tegenwoordige tijd, gemengde reeks
  17. tegenwoordige tijd, gemengde reeks
  18. tegenwoordige tijd, gemengde reeks
  19. tegenwoordige tijd, gemengde reeks
  20. tegenwoordige tijd, gemengde reeks
  21. tegenwoordige tijd, gemengde reeks

D. Verleden tijd

  1. verleden tijd, alleen werkwoorden met klankverandering (sterke werkwoorden) gemengde reeks
  2. verleden tijd, alleen werkwoorden met klankverandering (sterke werkwoorden) gemengde reeks
  3. verleden tijdstam + te(n) gemengde reeks
  4. verleden tijdstam + de (n) gemengde reeks
  5. verleden tijd, gemengde reeks
  6. verleden tijd, gemengde reeks
  7. verleden tijd gemengde reeks
  8. verleden tijd, stam + te of de
  9. verleden tijd, stam + te of de
  10. verleden tijd, gemengde reeks
  11. verleden tijd gemengde reeks
  12. verleden tijd gemengde reeks
  13. verleden tijd gemengde reeks
  14. verleden tijd gemengde reeks
  15. verleden tijd gemengde reeks
  16. verleden tijd gemengde reeks
  17. verleden tijd gemengde reeks
  18. verleden tijd gemengde reeks
  19. verleden tijd gemengde reeks
  20. verleden tijd gemengde reeks
  21. verleden tijd gemengde reeks
  22. verleden tijd gemengde reeks
  23. verleden tijd gemengde reeks
  24. verleden tijd gemengde reeks
  25. verleden tijd gemengde reeks
  26. verleden tijd sterke ww reeks
  27. verleden tijd gemengde reeks
  28. verleden tijd gemengde reeks
  29. verleden tijd gemengde reeks
  30. verleden tijd gemengde reeks
  31. verleden tijd gemengde reeks

E. Voltooid deelwoord

  1. voltooid deelwoord, laatste letter
  2. voltooid deelwoord, laatste letter d
  3. voltooid deelwoord, met klankveranderen (sterke ww.)
  4. voltooid deelwoord, gemengde reeks
  5. voltooid deelwoord, gemengde reeks
  6. voltooid deelwoord, gemengde reeks
  7. voltooid deelwoord, gemengde reeks
  8. voltooid deelwoord, gemengde reeks
  9. voltooid deelwoord, gemengde reeks
  10. voltooid deelwoord, gemengde reeks
  11. voltooid deelwoord, gemengde reeks
  12. voltooid deelwoord, gemengde reeks
  13. voltooid deelwoord, gemengde reeks
  14. voltooid deelwoord, gemengde reeks
  15. voltooid deelwoord, gemengde reeks
  16. voltooid deelwoord, gemengde reeks
  17. voltooid deelwoord, gemengde reeks
  18. voltooid deelwoord, gemengde reeks
  19. voltooid deelwoord,
  20. gemengde reeks

F. OVT, volt. deelw.

  1. OVT, volt. deelw. als bijv. nw. en hele ww.

G. ww alles door elkaar

  1. ww met klankverandering (sterke ww.) : tabel met hoofdvormen invullen
  2. ww. met klankverandering (sterke ww.) : tabel met hoofdvormen invullen
  3. ww. met klankverandering (sterke ww.) : tabel met hoofdvormen invullen
  4. ww. met klankverandering (sterke ww.) : tabel met hoofdvormen invullen
  5. ww. met klankverandering (sterke ww.) : tabel met hoofdvormen invullen
  6. voltooid deelwoord als bijv. naamwoord
  7. voltooid deelwoord als bijv. naamwoord + verleden tijd
  8. voltooid deelwoord als bijv. naamwoord
  9. voltooid deelwoord als bijv. naamwoord + verleden tijd
  10. voltooid deelwoord als bijv. naamwoord
  11. ww: alles door elkaar
  12. voltooid deelwoord als bijv. naamwoord
  13. ww: alles door elkaar
  14. voltooid deelwoord als bijv. naamwoord
  15. ww alles door elkaar
  16. voltooid deelwoord als bijv. naamwoord
  17. ww alles door elkaar
  18. voltooid deelwoord als bijv. naamwoord
  19. ww alles door elkaar
  20. voltooid deelwoord als bijv. naamwoord
  21. ww alles door elkaar reeks alles door elkaar
  22. ww alles door elkaar
  23. ww alles door elkaar
  24. ww alles door elkaar
  25. ww alles door elkaar
  26. ww alles door elkaar
  27. ww alles door elkaar
  28. ww alles door elkaar
  29. ww alles door elkaar
  30. ww alles door elkaar
  31. ww alles door elkaar
  32. ww alles door elkaar
  33. ww alles door elkaar
  34. ww alles door elkaar
  35. ww alles door elkaar
  36. ww alles door elkaar
  37. ww alles door elkaar
  38. ww alles door elkaar
  39. ww alles door elkaar
  40. ww alles doorelkaar
  41. ww alles doorelkaar

H. Diverse taaloefeningen

  1. onderwerp
  2. onderwerp
  3. onderwerp
  4. onderwerp
  5. onderwerp
  6. onderwerp en gezegde
  7. persoonsvorm aanduiden
  8. persoonsvorm aanduiden
  9. persoonsvorm aanduiden
  10. werkwoordelijk gezegde
  11. werkwoordelijk gezegde
  12. werkwoordelijk gezegde
  13. naamwoordelijk gezegde
  14. werkwoorden en onderwerp
  15. zelfstandige naamwoorden
  16. bijvoeglijke naamwoorden
  17. werkwoorden, onderwerp en gezegde
  18. zet de persoonvorm in de andere tijd
  19. voorwerpen 1
  20. voorwerpen 2
  21. bepalingen 1
  22. bepalingen 2
  23. bepalingen 3
  24. taalspelletjes
  25. Schrijfletter c => uitspraak k
  26. Het weglatingsteken
  27. meervoud 's of vaste s.

I. Schrijven: oefenen los van een methode.

  1. Het weglatingsteken.
  2. meervoud 's of vaste s.
  3. Schrijfletter c => uitspraak k
  4. Schrijfletter c => uitspraak k (2)
  5. é -ee
  6. ou -au
  7. ei -ij
  8. th
  9. het deelteken